Meer dan een moeilijke eter: de impact van ARFID

Voor sommige kinderen is eten geen plezier, maar een bron van angst en stress. Dat ondervond ook Emma*, de mama van Noah* (9). Hij kreeg de diagnose ARFID, een eetstoornis die het dagelijkse leven van het hele gezin beïnvloedt. An Gers, diëtiste en medewerker bij Eetexpert, legt uit hoe je ermee omgaat.

Tekst: Cynthia Bulteel

Beeld: iStock

Leestijd: 3 min

31/03/2025

De eerste signalen 

Als baby dronk Noah probleemloos borstvoeding, maar zodra hij vaste voeding kreeg, begon de ellende. ‘Hij weigerde flesvoeding en moest kokhalzen bij elke hap groente- of fruitpap. In het begin leek het een normale fase, maar gaandeweg werd duidelijk dat er meer aan de hand was’, vertelt Emma. 

Ook in de crèche vielen de eetproblemen op. ‘De onthaalmoeder stuurde filmpjes waarop hij wit wegtrok en alles uitspuugde. Thuis probeerden we alles: groentjes verstoppen in gerechten, belonen, aanmoedigen. Uren stond ik dingen uit te proberen in de keuken. Niets hielp.’ 

Zoektocht naar een diagnose 

Emma kreeg heel wat ongevraagd advies: je moet gewoon strenger zijn of hij eet wel als hij écht honger heeft. Maar dat gebeurde niet. ‘Hij kon een hele dag niets eten als er voor hem geen veilig eten was. En veilig betekende: droog en krokant. Frietjes zonder saus, crackers, geroosterd brood. Van alles wat zacht of nat was, liep hij letterlijk weg.’ 

‘Oplossingen zoals osteopathie en intolerantietesten brachten geen soelaas. Uiteindelijk kwam de diagnose: ARFID, mogelijk een gevolg van autisme of ADHD. Eindelijk begrepen we waarom Noah anders reageerde op eten. Maar dat betekende niet dat het makkelijker werd.’ 

‘Het ging van kwaad naar erger: vroeger at hij af en toe spaghetti, maar dat moest hij na een tijd ook niet meer hebben. Er mag tegenwoordig al geen sla meer op tafel staan, of hij wordt al misselijk. Op den duur laat je het los: hij eet. Oké, ongezond en eenzijdig, maar hij eet.’ 

De impact op het gezin 

Een kind met ARFID hebben betekent dat eten een stressmoment wordt. ‘Familiefeesten? Drama. Altijd die opmerkingen: Alé, hij moet toch gewoon proeven? Zelfs binnen ons gezin was het soms moeilijk. Zijn jongere zus begrijpt niet waarom hij iets niet moet eten en zij wel.’ 

Ook als koppel weegt het door. ‘Mijn toenmalige partner en ik dachten soms anders over hoe we het moesten aanpakken. Pas toen we de diagnose kregen, viel er een last van onze schouders. Dit was geen fase, dit was echt.’ 

Blijven zoeken naar oplossingen 

In een eetkliniek leerde Noah nieuwe voedingsmiddelen te benaderen in kleine stappen: eerst kijken, dan ruiken, voelen en uiteindelijk proeven. ‘Thuis passen we die methode toe. Laatst koos hij zelf een stukje paprika om te proberen. Hij keek er tien minuten naar, rook eraan en werd toen misselijk. Dan moesten we stoppen. Het moet op zijn tempo.’ 

Zoek hulp 

Naast ARFID bestaan er nog heel wat andere eetstoornissen. Voor iedereen die lijdt aan eetstoornissen en/of obesitas bestaan er oplossingen. Praat erover met je behandelend arts. 

  • Multidisciplinaire zorgteams, bestaande uit verschillende zorgverleners, kunnen je begeleiden en helpen om je gezondheid (weer) in eigen handen te nemen.
  • Begeleiding door professionals biedt een gepersonaliseerde aanpak, betere resultaten en een lager risico op herval.
  • Hoe sneller je actie onderneemt, hoe groter de kans om ernstigere of zelfs onherstelbare gezondheidsproblemen te voorkomen. 

Zit je met vragen of heb je hulp nodig? Eetexpert, het Vlaams kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen, biedt informatie en verwijzingen naar gespecialiseerde hulpverleners. Hun hulplijn is bereikbaar via 0480 60 64 20 of via www.eetexpert.be 

*Om privacy te waarborgen, zijn alle namen in dit artikel fictief.